Heemkring De Drie Rozen vzw

Bezienswaardigheden


Hier vind je een gids van de bezienswaardigheden die zich op het grondgebied van 's-Gravenwezel bevinden. Je kan dit beschouwen als een toeristische gids door het heden en het verleden van 's-Gravenwezel. Met behulp van de kaart kan je deze bezienswaardigheden localiseren.

Dorpsplein

Tot 1976 bevond zich hier het oude kerkhof. Het kerkhof werd ontruimd en naar het nieuwe kerkhof aan de Moerstraat overgebracht. Bij opgravingen door de heemkring werden de funderingen van de oude kerk, een bescheiden bakstenen gebouw uit het begin van de 16de eeuw, bloot gelegd. De oude kerk werd einde 19de eeuw afgebroken wegens bouwvalligheid. De funderingen werden bij de heraanleg van het dorpsplein in rode tegels uitgetekend. Achter het altaar werd een stuk muur en het Kruis bewaard, met daarachter de grafstenen van de familie De Caters. In 1876 werd naast de oude kerk begonnen met de bouw van een nieuwe neogotische kerk, die in dienst genomen werd in 1878.

Volgens de legende speelde zich op het oude kerkhof een drama af van "de grote zwarte hond van 's-Gravenwezel". Toen de baas van de hond overleed en op het kerkhof begraven werd bleef de hond alleen achter in zijn hok. 's Nachts brak hij uit en ging hartverscheurend huilen op het graf van zijn meester. De buurtbewoners hebben hem toen opnieuw in zijn hok vastgelegd met een dikke ketting. Maar 's nachts brak hij de ketting stuk en ging weerom huilen op het graf. Dat was niet om uit te houden voor de mensen in de buurt, en enkele mannen wilden hem diezelfde nacht nog van het graf verwijderen. Toen ze naderbij kwamen rezen hen de haren ten berge. Vòór hen zagen ze het graf opengaan en de dode man uit zijn graf opstaan. Hij omhelsde liefkozend langdurig de hond, en daalde opnieuw neer in het graf. De hond bleef daarna rustig liggen, en toen de mannen naderbij kwamen vonden ze hem dood op het graf.

De "oude kerk" is nochtans niet de eerste kerk van 's-Gravenwezel. Omstreeks 1200 is er reeds sprake van een parochie Wesele, die afhankelijk was van de parochie Deurne. Hier waren toen Benediktijnen uit de abdij Ename nabij Oudenaarde actief. Uit die tijd dateert het eerste stenen kerkje, op het huidige dorpsplein korter bij de Kerkstraat gelegen. Hiervan getuigen een middeleeuwse grafkelder en een stuk steunbeer die bij opgravingen door de Heemkring tijdens de opruimingswerken van het oude kerkhof werden ontdekt. In 1318 verkocht de abdij van Ename wegens financiële moeilijkheden al haar bezittingen in het Antwerpse aan de Norbertijnerabdij St.Michiels te Antwerpen. De parochie 's-Gravenwezel is zo tot aan de Franse revolutie in 1797 onder het beheer van de Norbertijnen van de St.Michielsabdij gebleven.

Brouwerij Cautereels

Ook 's-Gravenwezel heeft altijd zijn brouwerij gekend. De laatste was gelegen in de Kerkstraat. Jan Mertens wordt er als brouwer vermeld in 1780. Hij werd burgemeester omstreeks 1800. Later werd de brouwerij overgenomen door August Cautereels.

"Zijn gerstebier was heerlijk," schrijft men, "maar peperduur. Mensen met minder centen moesten zich tevreden stellen met een biertje van minder gehalte, het 'seef', dat goed smaakte maar erg purgerend werkte". Onder zoon Eugeen Cautereels werd de oude brouwerij in 1936-1937 vervangen door een moderne brouwerij met nieuw woonhuis. De Tweede Wereldoorlog en daarna de snel stijgende concurrentie van de industriële brouwerijen maakten dat de nieuwe brouwerij geen lang leven beschoren was.

Het woonhuis werd later het Gemeentehuis van 's-Gravenwezel.

Naast het gemeentehuis bevindt zich de gewezen apotheek Eelen.

In de Kerkstraat telde men in 's-Gravenwezel rond 1900 13 herbergen. Thans nog 2 : "Het Hof van Wezel" en "Het Keizershof". Beide bestonden toen al : "Het Hof van Wezel" was toen "In den Hert", en "Het Keizershof" heeft steeds dezelfde naam gehad. Vroeger was dit een herberg met naam en faam. Daarentegen heeft de Kerkstraat heden ten dage wel een aantal restaurants.

Redoute

Aan te vullen.

Thans burelen van bouwbedrijf Vlassak-Verhulst.

Heilig Hart van Maria Instituut

Vanaf 1828 hadden de Zusters van het H.Hart van Maria een schooltje in 's-Gravenwezel. In 1840 werd een nieuw klooster gebouwd op een uitgestrekt domein langs de Oudaen. De kapel dateert van 1869. In 1841 wordt de school er gevestigd. Ze groeit gestadig uit tot een zeer indrukwekkend complex, in het Antwerpse vooral gekend als een meisjespensionaat van hoog niveau. De school legt zich vooral toe op het Lager onderwijs en het Middelbaar beroepsonderwijs, oorspronkelijk Huishoud-, Land- en Tuinbouwschool. Thans is de school gemengd, en naast het Lager Onderwijs, wordt Technisch Secundair Onderwijs aangeboden, o.a. Kokschool, Handel, Scheikunde.

Het klooster van 's-Gravenwezel zelf kende ook een zeer voorspoedige groei. Dank zij een snel stijgend aantal roepingen kon de congregatie haar zusters uitzenden. De zusters van 's-Gravenwezel verzorgden zo onderwijs en opvoeding in o.a. Evere, Zaventem en zelfs Mechelen. Ook de bejaarden werden niet vergeten. Toen in 1928 het rusthuis St.Lodewijk in 's-Gravenwezel werd opgericht, namen ze daar het bestuur en de verzorging op zich.

Vanaf 1950 zijn de kloosterlingen zich ook gaan engageren in het missiewerk. Samen met de paters van Scheut werd o.a. de missiepost van Yambuco in Belgisch Congo opgericht, waar in 1976 het gevreesde Ebola-virus toesloeg. Tussen de tientallen slachtoffers bevonden zich ook vier zusters van 's Gravenwezel en een pater van Scheut.

De Pastorij en ket kostershuis

De pastorij werd in 1840 gebouwd op last van Baron Philippus Gillès. Vóór 1840 woonde de pastoor elders in het dorp.

Vanaf de zestiende eeuw vindt men sporen dat de koster tevens ook de dorpsonderwijzer was. Het kostershuis was dus ook de school, en dit tot in 1878.

De Sint-Catharinakerk

In 1876 werd begonnen met de bouw van de nieuwe kerk in neogotische stijl, naar het voorbeeld van de St.Guibertuskerk in Schilde, die enkele jaren voordien, in 1861, werd gebouwd (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14377). De 's-Gravenwezelse adel, maar vooral jonkvrouw Mathilde de Caters bezorgden royaal hun steun aan het bouwproject. Jonkvrouw De Caters schonk bvb. de bouwgrond en de vloer van de kerk. Vooraan in de kerk staat dit nog op een marmeren tegel te lezen: "Ter eeuwige gedachtenisse van de Weledele Jongvrouw Mathilde de Caters".

De kerk werd eind 1878 in dienst genomen, en op 29 september 1879 plechtig ingewijd. Tijdens de twee wereldoorlogen werd ze steeds ernstig beschadigd. In 1914 wilde de Belgische Genie de toren opblazen, om te verhinderen dat hij als observatiepost zou gebruikt worden door de oprukkende Duitsers. Na enig aandringen werd toelating gegeven de toren af te zagen. Dit bleef zo tot 1922. Tijdens de tweede wereldoorlog haalden de Duitsers 3 van de 4 klokken uit de toren. Ze werden tussen 1952 en 1958 vervangen door nieuwe klokken. De twee grootsten zijn de Catharinaklok, 958 kg, 115 cm doormeter, met klank mi, en de O.L.V.klok, 1371,5 kg, 131 cm doormeter, klank re. Tenslotte werd ernstige schade toegebracht door V-bommen.

Zoals de vorige kerken werd de nieuwe kerk toegewijd aan Sint-Catharina. Achteraan in de kerk hangt een schilderij van de Vlaamse School, einde 16de - begin 17de eeuw, dat de "Verheerlijking van de Sint-Catharina" voorstelt. Het werd van de oude kerk naar de nieuwe overgebracht. Volgens de legende was Catharina een koningsdochter, die in het begin van de 4de eeuw zou geleefd hebben. In Alexandrië overwon ze in een discussie vijftig wijsgeren, die daardoor zo ontroerd en begeesterd waren dat ze zich onmiddellijk tot het christendom bekeerden. Dit was echter niet naar de zin van keizer Maximianus. Hij gaf last de vijftig wijsgeren ter dood te brengen, en liet Catharina in de gevangenis werpen, waar ze veroordeeld werd om een verschrikkelijke marteldood te sterven. Het tuig dat haar ter dood zou brengen bestond uit vier draaiende wielen die voorzien waren van scherpe punten. Een engel kwam haar echter ter hulp en deed het foltertuig uiteenspringen. Door de rondvliegende brokken werden vierduizend heidenen gedood. Daarop liet de keizer haar met het zwaard onthoofden. De overlevering verhaalt dat haar lichaam door de engelen naar de Sinai werd gebracht waar het in de VIII eeuw ongeschonden terug gevonden werd.

Boven de hoofdingang hangt een houten medaillon dat "Sint-Norbertus met monstrans " voorstelt (eerste helft 18de eeuw). Het koorgestoelte vooraan in de kerk is van midden 18de eeuw, en komt ook uit de oude kerk. Boven de deur in het rechtergestoelte prijkt het wapenschild van de familie Van Susteren, op het linkergestoelte dat van de familie Roose de Blaisy. Beide families speelden een voorname rol in de geschiedenis van 's-Gravenwezel en het kasteel.

Het neogotische hoofdaltaar is van 1880. Het stelt links en rechts van de gekruisigde Christus de vier evangelisten voor, Lucas met de stier, Mattheus met de engel, Joannes met de arend, en Marcus met de leeuw. Onder het altaar worden tussen de zuiltjes de symbolen van de Eucharistie afgebeeld.

Het linkse zijaltaar is toegewijd aan O.L.Vrouw van de Rozenkrans. In het centrale paneel overhandigt de Moeder Gods de rozenkrans aan de H.Dominicus. De kleine paneeltjes stellen de 15 mysteriën voor.

Het rechtse zijaltaar behoort toe aan Sint-Catharina, patrones van de parochie. De beeltenis dateert uit het midden van de 18de eeuw. Een engeltje houdt een wagenwiel in de hand, het symbolisch attribuut van Sint-Catharina. De met schelp- en plantmotieven versierde sokkel draagt een relikwie van de martelares.

Tegenover het Catharina-altaar bevindt zich de grafsteen van Jonkvrouwe gravinne van Wesele die in 1444 overleed. Deze grafsteen komt vermoedelijk uit het eerste kerkje van 's-Gravenwezel, en werd ingemetseld in de muur tegenover het Catharina-altaar. Het randschrift rond de beeltenis van een vrouw in lang gotisch gewaad met wijde mouwen vermeldt: "Hier leghet begraven Jonckvrouwe Lysebet Gravinne van Wesele die sterf int jaer ons Heeren MCCCCXLIIII XII dagen in november".

De preekstoel werd omstreeks 1900 ontworpen door architect J.Bilmeyer, en uitgevoerd door beeldhouwer Jan Baptist Van Wint en stelt de bergrede voor.

De twee biechtstoelen, midden 18de eeuw, komen ook uit de vorige kerk.

Het orgel werd in 1881 door de Duffelse firma Stevens gemonteerd.

Tegen de pilaren van de kerk hangen verschillende heiligenbeelden (omstreeks 1900), waarvan de meesten vervaardigd zijn door beeldhouwer Jan Baptist Van Wint.

Van belang zijn tenslotte de talrijke obiits of rouwblazoenen, die in de dwarsbeuk zijn opgehangen. Ze horen toe aan de verschillende adellijke families van 's-Gravenwezel: Roose de Blaisy, de Caters, Gillès de Pélichy, Cornet d'Elzius de Péissant, en van de Werve. In een ruit op zwarte ondergrond wordt het wapenschild en de sterfdag van de overleden edellieden vermeld. Onlangs werd aan de hand van een diepgaande studie een belangwekkend boek uitgegeven over deze rouwblazoenen op initiatief van de heemkring.

Het Keizershof

Traditioneel vergaderde vroeger het college van Burgemeester en Schepenen in een herberg, bij ontstentenis van een gemeentehuis. Daartoe werd praktisch gedurende de ganse 19de eeuw een kamer gehuurd in de toenmalig belangrijke herberg "Het Keizershof".

Het Dorpshuis/School

Pas vanaf 1878 beschikte 's-Gravenwezel over een gemeentehuis, het huidige Dorpshuis (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14169). Ook de dorpsschool werd toen van het kostershuis naar hier overgebracht. In 1965 werd de combinatie gemeentehuis – dorpsschool onhoudbaar, en vermits het woonhuis van de brouwerij Cautereels leeg stond, werd dit gebouw aangekocht om als gemeentehuis te fungeren. Niet lang daarna werd de nieuwe jongensschool gebouwd achter het vroegere kerkhof (thans dorpsplein). Het Dorpshuis kreeg toen zijn huidige naam. De plaatselijke bibliotheek is er gevestigd, en het wordt verder gebruikt voor diverse plaatselijke activiteiten. Het secretariaat van de heemkring is hier ook gevestigd.

De drie Heemhuisjes

Vanaf de dertiende eeuw bestond, buiten enkele patriciërswoningen, gans het dorp uit werkmanshuisjes, toebehorend aan het kasteel. Enkele zijn overgebleven, zoals deze drie. Twee ervan dateren van omstreeks 1800, het derde van 1880. In 1974 overleed de laatste bewoner. Vanaf dat ogenblik werden ze door baron Gillès de Pélichy verhuurd aan de heemkring voor een eerder symbolisch bedrag. Dit werd mogelijk vooral door toedoen van de toenmalige burgemeester Karel Borstlap, tevens voorzitter van de heemkring.

Onder impuls van voorzitter Karel Borstlap werden de huisjes door de eigen leden met vereende kracht en eigen middelen in de daaropvolgende jaren gerestaureerd. Twee huisjes werden omgevormd tot vergaderzaal-gelagzaal. Het derde huisje werd, samen met de volledige zoldering als museum ingericht. Achteraan werd rond een grote binnenkoer een keuken, een feestzaal en een museumgalerij gebouwd.

Onlangs werden de huisjes met de bijhorende gebouwen door de erfgenamen van de laatste baron aan de gemeente Schilde verkocht. In de akte staat gestipuleerd dat het complex verder door de heemkring moet beheerd blijven.

Vergaderzaal - Originele open haard met bakoven en lampnisje – De zijstukken van de haard aan de andere zijde komen uit het kasteel "Hof ter Linden" – Piano-orgel (1900) – Kamer "Lodewijk De Vocht" –

Zaaltje "Gillès de Pélichy" – Meubels en voorwerpen uit het kasteel (giften van de baron Gillès de Pélichy) - Reconstructie in miniatuur van de keuken van het kasteel – 18de eeuwse werkbank voor het bewerken van vis – Voorwerpen van de St.Sebastiaansgilde uit 1600 – Foto's van de drie barons Gillès de Pèlichy die zonder onderbreken gedurende 99 jaar burgemeester waren van 's-Gravenwezel (1830-1929)

Museumhuisje – Ingericht als toenmalige werkmanswoning – Boven de buitendeur : "De goede hand van 's-Gravenwezel" Deze goede hand hing tot 1937 aan de preekstoel in de kerk. Telkens een dier ziek was, ging men de "Goede hand" halen om ze in de stal te hangen bij het zieke dier. Gaandeweg gingen de boeren echter ook te rade bij een belezer. In 1937 werd de toenmalige pastoor dat beu en verwijderde de goede hand uit de kerk. De heemkring heeft ze teruggevonden en hier opgehangen.

Bovenverdieping - Hier wordt het eerste klaslokaaltje uit het Dorpshuis getoond (1878). Verder vooral de afdelingen "kant en textiel" en"Volksdevotie".

Museumgalerij – Hier worden allerlei ambachten en vroegere handelszaken van 's-Gravenwezel getoond, zoals: een drukkerij, schrijnwerkerij, schoen- en klompenmaker, het dorpscafé, diamantbewerking, bakkerij, beenhouwerij en een karkot met allerlei boerenalaam.

Rusthuis Sint-Lodewijk.

Het centrale gebouw van het Rusthuis Sint-Lodewijk dateert van 1928. Het rusthuis werd sindsdien herhaaldelijk uitgebreid. Het wordt beheerd door de "Zusters van het H.Hart van Maria". Het domein van het klooster loopt trouwens helemaal door van de school in de "Oudaen" tot het rusthuis. Naast de drie Heemhuisjes is het huis (1872) van de Rector van het klooster.

De Brakken

Langs de Sint-Jobsteenweg, op weg naar het kasteel van 's-Gravenwezel, lag de wijk "de Brakken" (genoemd naar de barakken die hier vroeger stonden).

Hier bevindt zich het kapelletje van O.L.Vrouw van de Ovenbuur, één van de talrijke kapelletjes van O.L.Vrouw in 's-Gravenwezel, maar waarschijnlijk het origineelste. Het gebouwtje was oorspronkelijk een oven, waar verschillende gezinnen hun brood kwamen bakken.

Tegenover het kapelletje staat hier nog de oude "Smidse", zeer idyllisch gelegen tussen het groen. De wandelclub "De bosgeuzen" hebben er hun intrek genomen.

Den Flinckheuvel

Deze gerestaureerde hoeve, waar thans een restaurant met feestzalen wordt uitgebaat, wordt reeds vermeld in de 17de eeuw, maar de oorsprong ervan ligt waarschijnlijk in de middeleeuwen. Het gebouw behoort tot de eigendommen van het kasteel. Boven de deur leest men in een sluitsteen het jaartal 1779. Vermoedelijk werden in dat jaar verbouwingen uitgevoerd (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14374).

Kasteel

Het kasteel van 's-Gravenwezel werd gebouwd in de 13de eeuw. Het heeft een park van 80 ha, en een dubbele omwalling (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14377). De oorspronkelijke bouwdatum is niet bekend, maar het kasteel werd reeds vermeld in de oorkonden uit de 13de eeuw van de abdij van Villers in Zuidbrabant. Hoogstwaarschijnlijk was dus Gerard de Marbais, die strikte banden had met de abdij van Villers, de eerste bewoner van het kasteel. Het oorspronkelijk kasteel onderging in de loop der tijden enkele veranderingen. De twee donjons of ronde hoektorens werden gebouwd in de 14de eeuw. De oost-, west- en noordgevel zijn gotiek en stammen uit de 15de eeuw. Het barok poortgebouw met duiventoren stamt uit de 17de eeuw. De rococo zuidgevel tenslotte, die naar het park van het kasteel is gericht, werd samen met het immense terras in de 18de eeuw volledig verbouwd door de toenmalig bekende Antwerpse architect Van Baurscheit, die op hetzelfde ogenblik ook werkte aan een prachtig huis op de Meir in Antwerpen. Het kasteel van 's-Gravenwezel en zijn opeenvolgende bewoners zijn nauw verbonden met de geschiedenis van 's-Gravenwezel.

In de 12de eeuw reeds wordt de aanwezigheid van een Zuidbrabantse adellijke familie in deze streken vermeld: de familie de Marbais. Twee redenen hiervoor: enerzijds werden ze naar hier gezonden door de hertogen van Brabant, die op deze wijze hun machtspositie wilden uitbreiden. Anderzijds bezat de abdij van Villers, evenals de abdij van Ename, enkele bezittingen in Schoten en Wesele. De abdij van Villers lag in de heerlijkheid van de Marbais, en had zelfs aan dezen zijn ontstaan te danken.

Een telg van de familie, Gerard de Marbais, noemt zich bij akte in 1273 "sire de Weisele". Gerard de Marbais had geen opvolgers, en in 1301 stelt hertog Jan II graaf Wouter van Lippelo aan als heer van Wesele. De heerlijkheid van Wesele is van dan af een feit. Zijn zoon die hem opvolgt, wordt genoemd "Janne van Wesele, die men hiet grave van Wesele" en 's-Gravenwezel wordt van dan af genoemd "tGgrevenwesele". De dochter van Janne van Wesele, jonckvrouwe Lysebet van Wesele, sterft in 1444 en wordt begraven in het eerste kerkje van 's-Gravenwezel.

Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw komt het kasteel in handen van rijke Antwerpse zakenlui. Na enkele wissels van eigenaar wordt Melchior van Susteren in 1728 de nieuwe kasteelheer. Hij laat het kasteel verfraaien, vooral de zuidgevel, door architect Van Baurscheit. Het wapen van de familie Van Susteren hangt in het koorgestoelte van de St.Catharinakerk. Als erfgename van de familie Van Susteren wordt in 1774 gravin Isabella Roose de Blaisy vrouwe van 's-Gravenwezel. Ook het wapenschild van de familie Roose de Blaisy hangt in het koorgestoelte van de St.Catharinakerk. Dit wapenschild voert drie zilveren rozen op een rode achtergrond. De heemkring ontleent zijn naam aan dit wapenschild.

In 1796 huwt gravin Maria Carolina Roose de Blaisy met baron Philippus Arnoldus Gillès. Deze wordt in 1830 de eerste burgemeester van het Belgische 's-Gravenwezel. Gedurende 99 jaar blijft de familie Gillès het burgemeesterschap van 's-Gravenwezel waarnemen. Na het overlijden van de laatste baron, José Gillès de Pélichy in 1977 en van diens weduwe, Jeanne-Marie Minette d'Oulhaye in 1983 werd het kasteel door de erfgenamen verkocht aan antiquair Axel Vervoort.

catershofHet Catershof

In 1764 werd de toenmalige Kattenberghoeve verkocht aan Jonker Ernest de Caters. Deze bouwde de hoeve om tot een waar kasteel. Op het einde van de 18de eeuw wordt het gebouw in de belastingboeken omschreven als een huis van plaisantië (luxe-woning). De familie de Caters heeft gedurende vele generaties het domein bewoond. Het hoofdgebouw wordt omringd door verschillende andere bijgebouwen, en het geheel wordt omsloten door een uitgestrekt park (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14373). De familie de Caters was zeer welstellend en heeft een grote rol gespeeld in het dorpsleven en de politiek. Jonkvrouw Mathilde de Caters bvb. was één der belangrijkste sponsors bij het bouwen van de nieuwe kerk in 1876.

Een beroemde figuur was ongetwijfeld baron Pierre de Caters, die in 1875 in Berchem geboren werd. Na het behalen van zijn diploma als burgerlijk ingenieur kon hij zijn vernuftige en avontuursgezinde persoonlijkheid botvieren op de allernieuwste technische verwezenlijkingen. Zijn tante en meter, Jonkvrouw Mathilde de Caters, had hem immers een groot fortuin nagelaten. De aankoop van een auto in 1899 veroorzaakte in 's-Gravenwezel en omliggende een ware revelatie. Toen 'Peerke Caters' zoals men hem noemde toeterend door de straten van het dorp kwam gereden, liep iedereen naar buiten om de voituur zonder paarden te bewonderen. Als een wegpiraat snelde hij over de landelijke wegen. Kippen en honden ontzag hij niet, maar die werden achteraf rijkelijk vergoed. In de koetshuizen van Catershof had de ingenieur een grote garage ingericht. Daar stond hij uren te sleutelen en probeerde hij allerhande zaken te verbeteren. In 1902 vestigde hij een wereldrecord: 102 km per uur. In 1904 bracht hij dat reeds op 154 km per uur. Met zijn raceboot vestigde hij in Monaco in 1906 een wereldrecord op het water met 50,5 km per uur.

De ingenieur-baron ondertussen was hoogst geïnteresseerd in de experimenten van de Amerikaanse gebroeders Wright die in 1903 er in slaagden gedurende 12 seconden in de lucht te blijven met een vliegend tuig. Even later hadden Franse pioniers ook enkele aardige resultaten bereikt. De baron was ervan overtuigd ook zulk een vliegend tuig in mekaar te kunnen knutselen. Op Catershof werden plannen getekend, en met de hulp van enkele stielmannen uit het dorp werd het eerste vliegtuig in mekaar getimmerd. De eerste experimenten grepen plaats in de 's-Gravenwezelse beemden, maar het vliegtuig van de Caters kwam niet van de grond. De plannen werden niet opgeborgen, want in 1908 liet baron de Caters in Sint-Job-in-'t-Goor een vliegveld aanleggen met een lengte van 3 km en een breedte van anderhalve km., een absolute Belgische primeur. Terwijl in de hangars druk gewerkt werd aan een nieuwe ééndekker en een tweedekker, kocht de baron ook een Frans vliegtuig aan van het type Cougy. Het werd uitgerust met een Vivinusmotor, een creatie van de fabrieken te Herstal. Met dit vliegtuig ging baron Pierre de Caters als eerste Belg in de lucht op 17 oktober 1908. De landing verliep niet zonder ongelukken. Na enkele honderden meter plofte het vliegtuigje van geringe hoogte neer en stortte met de staart omhoog in een gracht. De baron kwam er heelhuids af maar het vliegtuigje was deerlijk gehavend. De baron zette echter zijn inspanningen verder en reeds in 1909 hield hij zijn omgebouwde Cougy gedurende 1uur en 18 minuten in de lucht. Hij verbeterde hiermee het wereldrecord van de Franse kanaalvlieger Louis Blériot.

Ondertussen had de baron in Antwerpen de gebroeders Bollekens leren kennen, die een bekende schrijnwerkerij uitbaatten aan de Pelikaanstraat. Door hun contact met de exploten van de baron, begonnen zij zich aan de vliegtuigbouw te interesseren, en stichtten de firma Jero. In Sint-Job werden talrijke loodsen bijgebouwd, waar de coöperatieve maatschappij een onderkomen vond. Ook in Sint-Job werd door de baron, in samenwerking met onder andere die andere grote luchtvaartpionier Jan Olieslagers uit Borgerhout de eerste Belgische luchtvaartschool opgericht, de "Ecole Aviator". Het vliegveld van Sint-Job werd hierdoor wijd en zijd bekend. Baron Pierre de Caters en Jan Olieslagers organiseerden er regelmatig vliegmeetings. Dan zag Sint-Job zwart van het volk. Ook elders in de wereld ging de baron talrijke demonstraties geven, en overal werd hij geestdriftig toegejuicht als één der eerste vliegende mensen.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog, in augustus 1914, werd baron de Caters als luitenant het bevel toevertrouwd over de Compagnie d'Aviateurs, die in het Franse Estampes Belgische oorlogspiloten moest opleiden.

Na de oorlog, in 1918, trok de baron zich terug uit de luchtvaart. Hij verliet ook 's-Gravenwezel en Sint-Job. Vliegveld en hangars lagen er vlug verlaten bij. De merkwaardige baron-ingenieur overleed in Parijs in 1944. Bij zijn dood bleef van het eens zo groot fortuin van de familie de Caters niet veel meer over.

Antitankgracht en Fort van 's-Gravenwezel

De Antwerpse Antitankgracht (ook wel ten onrechte Antitankkanaal genoemd) is een kunstmatige waterloop die een grote kwartcirkel vormt (van noord tot oost) rond de stad Antwerpen. De gracht heeft een lengte van ongeveer 33 km en is ten minste 6 meter breed. Ze verbindt de Schelde ter hoogte van Berendrecht met het Albertkanaal in Oelegem.

De gracht werd aangelegd tussen 1937 en 1939 met de bedoeling vijandelijke (Duitse) tanks en ander rollend materieel te stoppen vooraleer ze Antwerpen konden bereiken. De antitankgracht speelde echter geen rol van betekenis. De gracht heeft een zaagvormig verloop met rechte stukken van enkele honderden meters. Op elke hoek werden geschutsbunkers gebouwd die de rechte stukken konden bestrijken. Sluisbunkers moesten het water op peil houden. Het water voor de gracht werd uit het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten betrokken.

Thans is de Antitankgracht geëvolueerd naar een groots wandel- en natuurverbindingsgebied, dat verschillende natuurgebieden en bossen met elkaar verbindt.

Aan de antitankgracht bevindt zich het fort van 's-Gravenwezel (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14121). Het fort werd uitgevoerd ter vervollediging van de hoofdverdedigingslinie van de stad Antwerpen, met als bedoeling de stad te beveiligen tegen een artilleriebombardement. Het fort heeft een trapeziumvormige opbouw omringd door een 40-50 meter brede gracht. Het oppervlak bedroeg ca. 22 hectare. Het fort is thans bebouwd met recreatiehuizen. Daarnaast doet het in beperkte mate dienst als vleermuizen overwinteringsreservaat.

Hoven van Plesantie

Gegoede burgers hadden een buitenverblijf even buiten de stad. Rondn 1900 kende men in Antwerpen zo'n 200 hoven van plaisantie. Sommige waren echte kastelen.

Hof ter Linden

Het kasteel "Hof ter Linden" ligt temidden een bebost domein van 350 ha tussen 's-Gravenwezel en Schilde. Het rechthoekig kasteel wordt omringd door een brede slotgracht en een park van 12 ha. Het dateert van 1753, en was toen ook een "hof van plaisantie". Het is dikwijls van eigenaar verwisseld, waaronder gedurende lange tijd de familie Gillès de Pélichy (zie ook inventaris onroerend erfgoed, relictnr 14162).

Vinkenhof

Het "Vinkenhof", eveneens een "hof van plaisantie" uit de 18de eeuw, gelegen aan de Wijnegemse steeweg, is nog steeds de residentie van de familie Cornet d'Elzius de Péissant. Na 99 jaar burgemeesterschap van de barons de Pélichy, kwamen de graven Cornet d'Elzius de Péissant meer op het politieke voorplan. Graaf Charles Cornet de Péissant was burgemeester van 1929 tot 1932 en na de oorlog opnieuw van 1944 tot 1946. Graaf Raymond Cornet d'Elzius de Péissant werd tot burgemeester verkozen in 1971, maar verongelukte kort daarna, nog vóór hij werd aangesteld. Hij werd opgevolgd door Karel Borstlap, die de laatste burgemeester was van 's-Gravenwezel tot 1977, en daarna de eerste van de fusiegemeente Schilde-'s-Gravenwezel. Karel Borstlap bleef burgemeester tot aan zijn plots overlijden in 1991.

Eikendaal

Het landgoed "Eikendaal", gelegen op de grens tussen Schoten en 's-Gravenwezel, werd tot voor kort bewoond door de adellijke familie Van de Werve de Schilde.

Fred Spiessens - maart 2003 (bewerking RD)

Laatste bijwerking : RD 14/10/2017